Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Alinea 597 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.

95. Het door de Werkgroep Rechtspsychologie van de Universiteit Maastricht onder verantwoordelijkheid van prof. Crombag op 31 januari 2001 uitgebrachte rapport houdt als antwoord op de vraagstelling van de rechter-commissaris in - kort gezegd - dat Crombag van mening is dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over zedendelicten die door hun ouders en ooms gepleegd zouden zijn, met grote scepsis moeten worden bezien. Als eerste reden daarvoor worden genoemd de verstandelijke begaafdheid van de meisjes en het feit dat zij symptomen van ernstig psychiatrisch lijden vertonen en als tweede reden dat op de wijze waarop de beide meisjes door de politie zijn verhoord majeure kritiek mogelijk is. In het rapport wordt ook tot uitdrukking gebracht dat het mogelijk is dat de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een kern van waarheid bevatten maar dat de grens waar de werkelijkheid eindigt en fictie begint niet meer met enige zekerheid kan worden vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 180295 tot 181303.