Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Alinea 648 Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BF1321.
103. Alvorens een verklaring tot het bewijs te gebruiken vraagt de strafrechter zich af of de desbetreffende verklaring op zich als geloofwaardig kan worden aangemerkt. Voor een rechter is daarnaast van belang of de verklaring geheel of gedeeltelijk steun vindt in de inhoud van andere bewijsmiddelen. Als het enige bewijs uitsluitend gevormd wordt door een enkele verklaring van de verdachte of een enkele verklaring van een getuige, mag de rechter zelfs niet tot een bewezenverklaring komen.(10) De aanwezigheid van steunbewijs al dan niet op onderdelen kan de taak van de rechter vergemakkelijken om de grens waar de werkelijkheid eindigt en fictie begint met meer zekerheid vast te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f, en de alinea staat in dat document op bytes 194341 tot 195049.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7de6104965e838113a57b4fd513c783aae3e5f82c2252bab224494032e962f | shasum -a 256