Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 126 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

7.8. Uit de boven geciteerde parlementaire geschiedenis volgt dat de wetgever bij de vaststelling van de tarieven van de Kostenwet geen rekening heeft gehouden met de aanzienlijke stijging van het aantal dwangbevelen als gevolg van invoering van de (niet-aangetekende) bureaubetekening en dus al helemaal niet met de aanzienlijke stijging van de winst die de Belastingdienst maakt op het betekenen van dwangbevelen. De winst per dwangbevel beloopt in het allerslechtste geval € 33,80 (tegenover de kosten ad € 1,20 per dwangbevel staat een opbrengst aan 'betekeningskosten' ad minimaal € 35 (2005)), maar in de meeste gevallen - en in het onze - zal een al dan niet aanzienlijk hoger bedrag aan winst gemaakt worden. In de jaren 2004 t/m 2007 werden gemiddeld 1,39 miljoen dwangbevelen betekend, hetgeen in het allerslechtste geval een winst op betekeningen impliceert ad (1,39 miljoen * € 33,80 =) € 47 miljoen, maar gezien de omstandigheid dat de kosten van een dwangbevel € 35 plus gemiddeld ongeveer 6,6% van de gevorderde som belopen (3/45ste; zie art. 3(1) Kostenwet), zal de winst zeer aanzienlijk hoger zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 48298 tot 49440.