Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 146 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

8.1. Het cassatieberoepschrift is vaag over de vraag welke 'waarborgen' van 'het EVRM' geschonden zouden zijn, en door wie: de wetgever, het bestuur of de rechter. Belanghebbendes betoog houdt mijns inziens in de kern in dat niet alleen de haar berekende betekeningskosten, maar de betekeningskosten ex art. 3(1) Kostenwet in het algemeen in een wanverhouding staan tot de werkelijke kosten, hetgeen - in het algemeen en ook voor haar - een schending van het evenredigheidsbeginsel inhoudt, en bovendien een straf-element impliceert, terwijl van een eerlijk proces niet gesproken kan worden omdat tegenbewijs uitgesloten is. Zij voert geen specifieke haar betreffende omstandigheden aan, maar stelt primair dat art. 7(2) Kostenwet 'onverbindend' is, zodat haar beroep kennelijk primair inhoudt dat deze formeel-wettelijke bepaling in haar geheel en in alle gevallen onverenigbaar is met rechtstreeks werkend internationaal (EVRM-)recht en daarom steeds buiten toepassing moet blijven. In haar beroepschrift kan een beroep gelezen worden op art. 6 EVRM (tegenbewijsuitsluiting is onverenigbaar met een fair hearing), op art. 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (hierna: art. 1 Eerste Protocol EVRM; ongerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsgrondrecht) en op art. 14 EVRM juncto art. 1 Eerste Protocol EVRM (discriminatie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 57228 tot 58567.