Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

8.2. Voor zover haar beroep mede een beroep op het evenredigheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur zou inhouden (zie art. 3.4 Awb),(49) dan wel een beroep op ongeschreven rechtsbeginselen (die niet tevens in een rechtstreeks werkende internationale verdragsbepaling zijn vervat) of op de redelijkheid en de billijkheid, moet het falen: de betrokken belangen zijn al door de formele wetgever afgewogen, die het resultaat van diens afweging dwingend in een formele wet heeft vastgelegd, welke wet door de rechter niet getoetst kan worden aan de beginselen van behoorlijk bestuur, noch aan (andere) ongeschreven rechtsbeginselen (zie het Harmonisatiewet-arrest(50)), noch aan de billijkheid (art. 11 Wet AB). Ik merk voor zoveel nodig op dat het op één dag betekenen van twee afzonderlijke dwangbevelen in casu geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel inhoudt, nu één dwangbevel voor beide belastingschulden de belanghebbende niet beter af zou hebben doen zijn: de betekeningskosten stijgen immers lineair (3/45ste) met het te vorderen bedrag tot aan het maximum, dat in casu ook in geval van combinatie in één dwangbevel niet bereikt zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 58587 tot 59764.