Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
9.3. De belanghebbende meent dat de betekeningskosten een 'boete-element' bevatten; dat het excessieve deel een 'boete' is. Zij heeft bij de 'waarborgen' van het EVRM waarop zij beroep doet, dus kennelijk het oog op art. 6(2) EVRM (praesumptio innocentiae) in verband met de uitsluiting van tegenbewijs die art. 7(2) Kostenwet inhoudt. De vraag is of sprake is van een criminal charge in de zin van art. 6 EVRM. Bij de beantwoording van die vraag gebruikt het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) de criteria van zijn Engel-arrest,(52) die het EHRM in het recente Jussila-arrest(53) als volgt samenvatte:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 61291 tot 61919.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256