Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 190 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
Nog onduidelijk is of bij de invordering van een belastingschuld wél de waarborgen van art. 6 EVRM in acht moeten worden genomen. De Hoge Raad overwoog in HR NJ 1990, 211 (...) dat art. 6 EVRM van toepassing is in een geding betreffende het verzet van een derde-eigenaar tegen bodembeslag door de fiscus. De vraag of ook de belastingschuldige zelf een beroep kan doen op art. 6 EVRM bij de invordering van de aanslag, is opengebleven. Verdedigd kan worden dat het gaat om de invordering van een schuld die slechts toevallig zijn oorsprong vindt in de belastingwet. In die visie zou art. 6 EVRM van toepassing zijn. Bij letterlijke lezing van het Ferrazzini-arrest kan men zich evenwel afvragen of een dergelijk standpunt door het EHRM zal worden gehonoreerd. Het EHRM overweegt immers dat "tax matters still form the hard core of public-authority prerogatives, with the public nature of the relationship between the taxpayer and the tax authority remaining predominant". Ook invordering van belastingen zou kunnen behoren tot de door het EHRM bedoelde "tax matters". Heffing en invordering van belasting hangen immers zeer sterk met elkaar samen; zo is het ook niet ondenkbaar dat in (buitenlandse) nationale wetgeving geen verschil wordt gemaakt tussen het heffings- en invorderingstraject."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 78071 tot 79377.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256