Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 203 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
9.18. Bewijsvermoedens ten nadele van aangeklaagden in een strafzaak zijn dus niet verboden zolang de fair hearing en (daarmee) de rights of the defence worden gegarandeerd door een fair balance tussen het belang van de verdachte en het algemene belang bij waarheidsvinding en berechting. Uit de jurisprudentie van het EHRM blijkt dat bij de proportionaliteitstoets van groot belang is of het vermoeden rechtens en feitelijk weerlegd kan worden. De zaak Västberga Taxi en Vulic betrof belastingplichtigen aan wie een 'automatische' fiscale bestuurlijke boete was opgelegd en die volgens de Zweedse wet, wilden zij de boeten kunnen afschudden, moesten bewijzen dat hen geen verwijt gemaakt kon worden ter zake van te lage belastingheffing. Het EHRM overwoog:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 85923 tot 86694.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256