Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 212 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

9.21. Ik maak hieruit op dat bewijsvermoedens ook in civiele zaken niet omineus mogen zijn omdat zulks niet fair is, maar dat bij de evenredigheidstoets in civiele zaken het belang van de door het bewijsvermoeden benadeelde partij minder zwaar weegt dan in strafzaken, waar de nationale wetgever minder 'latitude' heeft bij de vestiging van bewijsvermoedens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 90759 tot 91130.