Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 213 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

9.22. Een en ander betekent dat het onweerlegbare bewijsvermoeden ex. art. 7(2) Kostenwet op zijn proportionaliteit moet worden getoetst. Ik meen dat die proportionaliteitstoets, hoewel onder art. 6 EVRM processueel van aard, in casu niet wezenlijk verschilt van de materiële proportionaliteitstoets onder art. 1 Eerste Protocol EVRM (eigendomsgrondrecht), welke bepaling door de belanghebbende niet als zodanig aan de orde is gesteld, maar een beroep waarop mijns inziens besloten ligt in haar beroep op het evenredigheidsbeginsel en op de 'waarborgen' van 'het EVRM', terwijl bovendien de rechter van ambtswege de rechtsgronden aanvult. Zowel onder art. 6 EVRM als onder art. 1 Eerste Protocol EVRM zal de verhouding tussen het middel (de combinatie van de excessieve hoogte van de betekeningskosten met de bewijsuitsluiting van art. 7(2) Kostenwet) en het doel (overall dekking van invorderingskosten; uitsluiting van 'weinig serieuze verzetsacties'; prikkel tot tijdige betaling) moeten worden beoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 91150 tot 92173.