Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 221 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

10.5. Uitgaande van een niet veel hogere opbrengst dan benodigd voor kostendekking (al bestaat daaraan dus twijfel), lijkt het in rekening brengen van (excessieve) betekeningskosten op de voet van art. 3(1) Kostenwet daarom op zichzelf niet in strijd met art. 1 Eerste Protocol EVRM. Twijfel rijst echter doordat het disproportioneel hoge betekeningstarief, dat disproportioneel hoog is met het oog op de dekking van kosten waar de dwangbeveladdressaat part noch deel aan heeft, gecombineerd wordt met een wettelijk verbod op het leveren van bewijs dat het tarief ten onrechte in rekening is gebracht, wegens het ontbreken van de status van 'in gebreke zijn', welke status toch zowel volgens de Kostenwet zelf (art. 1) als volgens het genoemde arrest HR BNB 1996/249 de enige rechtvaardiging is voor kostenberekening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 97098 tot 97928.