Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 241 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
10.9. Ik meen daarom dat de combinatie van (i) de excessieve hoogte van het in rekening gebrachte betekeningstarief ex art. 3(1) Kostenwet in verhouding tot de werkelijke betekeningskosten, en (ii) de uitsluiting ex art. 7(2) Kostenwet van de mogelijkheid te bewijzen dat de belastingschuldige niet in gebreke was, niet steeds beantwoordt aan de eisen van art. 1 Eerste Protocol EVRM en van art. 6(1) EVRM. De vraag rijst dan of hier een rechtsvormende taak ligt voor de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 105765 tot 106257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256