Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 244 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

11.2. Weliswaar kan men - gegeven de wide margin of appreciation die de Staat toekomt - volhouden dat het op zichzelf niet devoid of reasonable foundation is om het totaal van de vervolgingskosten om te slaan over een beperkter groep van belastingschuldigen, nl. degenen die - in welk stadium dan ook - 'in gebreke' zijn (zie 7.5), en weliswaar kan men op dezelfde gronden volhouden dat de wetgever op zichzelf de keuze kan maken tegenbewijs uit te sluiten, maar de combinatie van die twee maatregelen lijkt mij wél manifestly illogical or arbitrary. Indien de ratio van de regeling is om alleen degenen die 'in gebreke' zijn excessief te treffen, moet juist toegang tot de rechter bestaan met betrekking tot de vraag of de betrokkene wel 'in gebreke' is, dus wel een vergelijkbaar geval is. Deze gevolgtrekking vertoont gelijkenis met de conclusie waartoe mijn voormalig ambtgenoot Van den Berge reeds kwam op basis van nationaal recht (zie onderdeel 5.3 hierboven).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 107925 tot 108906.