Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 259 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
Ik meen dat de wetgever een dergelijke keuze binnen zijn margin of appreciation kan maken, maar voor ons probleem lijkt het niet-afhaal-probleem van weinig gewicht, nu de belastingschuldige die verzuimt een aangetekend stuk op te halen waarvan bericht op zijn - correcte - adres is achtergelaten, mijns inziens daarmee 'in gebreke' is. In ons geval zijn de dwangbevelen wél aangekomen, maar volgens de belanghebbende de aanmaningen niet. Nu de wetgever (ook) aanmaningen niet aangetekend wil verzenden, maar hij evenmin de hoofdregel (de verzender bewijst) wil toepassen, zou overwogen kunnen worden in gevallen als het onze uit te wijken naar de tussenoplossing van de 'niet-ongeloofwaardig'-jurisprudentie van de ABRvS. U zie bijvoorbeeld de genoemde zaak ABRvS 26 juni 2000, AB 2000/337, met noot LD:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 116283 tot 117100.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256