Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
12.4. Een derde mogelijkheid van rechterlijk ingrijpen in casu is het terugbrengen van de berekende betekeningskosten tot een niveau dat iets met de werkelijke kosten te maken heeft. Een dergelijke ingreep lijkt mij echter niet aan de rechter, maar een typisch aan de wetgever staande financierings- en verdelingsbeleidskeuze. Anders dan het vaststellen van een straf op strafbaar gedrag, behoort het vaststellen van het juiste niveau van betekeningskosten niet tot de rechtsvormende taak van de rechter, zeker niet bij algemene regel, maar evenmin per concreet geval. De rechter zou weliswaar art. 3 Kostenwet buiten toepassing kunnen laten, maar daartoe bestaat in casu geen klemmende aanleiding (het staat immers niet vast dat de belanghebbende niet in gebreke was) en zulks zou in het algemeen in strijd komen met het badwaterbeginsel, zoals door u onder meer toegepast in het autokostenfictiearrest HR BNB 1998/293:(95) geen oplossingen die meer problemen opleveren dan de kwaal veroorzaakte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 118086 tot 119096.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256