Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 287 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
18 Vergelijk ABRvS 27 april 2004, nr. 200402504/1, AB 2005, 413, met noot Sew, r.o. 2.4: "Indien het bestuursorgaan de verzending van het desbetreffende stuk aannemelijk heeft gemaakt, ligt het op de weg van de geadresseerde om de ontvangst ervan op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen. Eerst dan is het aan het bestuursorgaan dat het stuk heeft verzonden om de ontvangst daarvan aannemelijk te maken." Vergelijk tevens CRvB 17 november 2006, nr. 06/1122, JB 2007/17, die, nadat hij had geoordeeld dat de verzending van een stuk aannemelijk was en dat de ontvangst niet ongeloofwaardig betwist was, oordeelde dat in een dergelijke situatie "het risico van het niet kunnen aantonen dat het betreffende stuk daadwerkelijk is ontvangen voor rekening en risico [komt] van degene die dat stuk niet aangetekend of met bewijs van ontvangst heeft verzonden (...)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 124427 tot 125305.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256