Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Alinea 318 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.
49 De verhouding tussen art. 3:4 Awb en de berekening van betekeningskosten was wel aan de orde in de zogenoemde 'tientje van Maassluis'-arresten (HR 18 maart 1998, nr. 33.256, BNB 1998/156, met noot Wattel, HR 7 juni 2000, nr. 34.793, na conclusie Van den Berge, BNB 2000/374, met noot Snoijink, en HR 20 september 2000, nr. 35.250, BNB 2000/375, met noot Snoijink), waarover kritisch J.J. Vetter, De arresten van Maassluis I, II, en III, WFR 2001/467.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 129852 tot 130319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824 | shasum -a 256