Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4156.

(a) Art. 7(2) Kostenwet invordering rijksbelastingen (hierna: Kostenwet) is onverbindend dan wel moet in casu buiten toepassing blijven, omdat deze bepaling ertoe leidt dat geen enkele relatie meer bestaat tussen de in rekening gebrachte kosten en de veel lagere werkelijke kosten. Weliswaar heeft de wetgever een ruime marge en is het acceptabel dat in een individuele situatie aan een belastingplichtige een hoger bedrag in rekening wordt gebracht dan het bedrag dat direct toerekenbaar is aan het hem toezenden van een dwangbevel, maar die marge wordt verlaten waar het eerste bedrag het honderdvoudige of meer is van het tweede bedrag. Dit geldt temeer nu het gaat om een regeling die zonder tegenbewijs toe te laten fingeert dat door de fiscus per post verzonden stukken de belastingplichtige altijd bereiken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a2eee9d1ddf9f83148fc37014ade86c254b03290cf02ea609d63e253821824, en de alinea staat in dat document op bytes 12068 tot 12896.