Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2009

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG4337.

In dit artikel is bepaald, dat bij dagvaarding - en niet meer in een later stadium- een vordering tot vervroegde uitspraak over de onteigening kan worden gedaan. In het voorlopig verslag wordt gesuggereerd, dat die vordering ook later in de procedure moet kunnen worden gedaan. In de algemene beschouwingen is daarover reeds gesproken. De suggestie in het voorlopig verslag dienaangaande wijzen de ondergetekenden van de hand. In de eerste plaats diene, dat de onteigenende partij niet verplicht is om de procedure van Hoofdstuk IIIa te volgen. Meent zij, dat de omstandigheden van het concrete geval het entameren van een spoedprocedure niet nodig maken, dan kan de normale procesgang worden vervolgd. Zoals in de memorie van toelichting is vermeld, mag van de onteigenende overheid verwacht worden, dat zij op het moment van dagvaarden heeft beslist over de vraag of zij al dan niet de procedure van hoofdstuk IIIa zal volgen. .......... In de tweede plaats moeten de ondergetekenden er met zekere klem op wijzen, dat ook de versnelde onteigeningsprocedure een zo duidelijk en overzichtelijk beeld moet krijgen. Het uitspreken van het vervroegde onteigeningsvonnis gaat gepaard met het toekennen van een voorschot, en daarna van eventuele verhogingen daarvan. Het tijdstip van de uitbetaling van een voorschot en dat van de overschrijving van het vervroegde vonnis hebben hun consequenties voor het schadebeeld van het onteigeningsgeval. Zou in elk stadium van het proces een vordering kunnen worden gedaan om vervroegd onteigeningsvonnis uit te spreken, dan zou dit schadebeeld telkens aanzienlijke wijzigingen kunnen ondergaan, hetgeen vertraging in de afwikkeling der onteigeningsprocedure zou veroorzaken. Ten behoeve van de justitiabelen moet daartegen door de wetgever worden gewaakt. Indien gesteld wordt, dat het voor de onteigenende overheid eenvoudiger zou zijn om vorengenoemde vordering in elk stadium van het proces te kunnen doen, dan wordt naar de mening van de ondergetekende te zeer uit het oog verloren, dat tegenover die eenvoud voor de overheid een ander belang staat, nl. dat van justitiabelen en deskundigen. Laatstgenoemden zouden vaker dan strikt nodig is hun berekeningen moeten herzien, hetgeen bepaald niet een versnelling zou teweegbrengen ten aanzien van het uitbrengen van het rapport.((2))

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da810bdfd0a2fbc07f1769ee2f11314de459bd2d83cb6a302af32321296b712e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da810bdfd0a2fbc07f1769ee2f11314de459bd2d83cb6a302af32321296b712e, en de alinea staat in dat document op bytes 16949 tot 19284.