Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2009

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG6607.

Gelet op hetgeen is bepaald in voornoemd artikel 63 (lees: 61, Sch) onder 4 is het zeer aannemelijk dat de veroordeelde pas na het uitzitten van 2/3 van zijn straf in vrijheid zal worden gesteld nu het gaat om een feit gericht tegen de openbare orde (common offence). Naar het oordeel van de officier van justitie is niet waarschijnlijk dat de veroordeelde zal kunnen voldoen aan het vereiste zoals gesteld in het tweede lid, aanhef en onder b, van voornoemd artikel 63 (lees: 61, Sch), dat hij geen gevaar (meer) oplevert voor de samenleving, nu het feit betrekking heeft op een zeer grote hoeveelheid verdovende middelen en de veroordeelde eerder in België is veroordeeld ter zake van de Opiumwet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf5f44e2017449b2fd4ba5f98651e84b67a4b8bf6d522a5ada03339f83d6294. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf5f44e2017449b2fd4ba5f98651e84b67a4b8bf6d522a5ada03339f83d6294, en de alinea staat in dat document op bytes 12535 tot 13248.