Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2009

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG6607.

7. In deze zaak heeft de Rechtbank het hiervoor bedoelde onderzoek echter verricht en heeft zij de resultaten van dit onderzoek betrokken bij de bepaling van de strafmaat. Het oordeel van de Rechtbank omtrent de strafoplegging en de motivering daarvan geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn evenmin onbegrijpelijk. De Rechtbank heeft daarbij onder meer overwogen dat het niet onwaarschijnlijk is dat de veroordeelde bij tenuitvoerlegging van de hem opgelegde straf in Portugal vervroegd in vrijheid zou worden gesteld na ommekomst van de helft daarvan. Dit oordeel is van feitelijke aard en kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Een beoordeling van de juistheid zou namelijk een uitleg vragen van het recht van een vreemde staat waarvoor in cassatie geen plaats is.(3) Ik acht dit oordeel niet onbegrijpelijk gelet op de hiervoor onder 4 weergegeven door de Portugese autoriteiten verstrekte informatie, in het bijzonder op de door Joana Gomes Ferreira, Prosecutor te Lissabon, naar aanleiding van de door de rechtbank gestelde vragen, gegeven antwoorden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf5f44e2017449b2fd4ba5f98651e84b67a4b8bf6d522a5ada03339f83d6294. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf5f44e2017449b2fd4ba5f98651e84b67a4b8bf6d522a5ada03339f83d6294, en de alinea staat in dat document op bytes 20017 tot 21128.