Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG9014.

1. Schending en/of verkeerde toepassing van het recht, meer in het bijzonder van het bepaalde in artikel 6 EVRM, art. 8:58 en art. 8: 77 Awb en in het algemeen van regels van een goede procesorde, althans verzuim van vormen, waarvan de nietinachtneming de nietigheid ten gevolge moet hebben, doordien het Hof de bestreden uitspraak geheel heeft gebaseerd op een op de zitting van 12 april 2007 afgelegde partij-verklaring, zulks evenwel ten onrechte, aangezien belanghebbende door deze verklaring ter zitting werd overvallen, terwijl deze verklaring een aantal volstrekt nieuwe feiten en omstandigheden bevat, waarop belanghebbende zich in redelijkheid niet had kunnen voorbereiden. Onder deze omstandigheden mocht het Hof deze verklaring niet ten voordele van de inspecteur tot het bewijs rekenen, althans had het Hof belanghebbende tenminste tijd en gelegenheid moeten bieden daarop te reageren. Hierdoor zijn de processuele belangen van belanghebbende geschonden en werd 's-Hofs uitspraak gebaseerd op gronden, die deze rechtens niet vermogen te dragen. De bestreden uitspraak is daarom onbegrijpelijk, althans niet naar de eisen der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 23822 tot 24996.