Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG9014.

4.1 In zijn tweede middel stelt belanghebbende dat de uitspraak van het Hof onbegrijpelijk is, door de toelating en waardering van de partijverklaring (te weten de verklaring van Van Norden). Aangezien Van Norden zich eerder met de in geschil zijnde regelgeving heeft bezig gehouden als medewerker van het Ministerie van Financiën en als raadsheer is opgetreden in de onderhavige procedure, meent belanghebbende dat het Hof de verklaring niet als (doorslaggevend) bewijs mocht bezigen. Ik ga ervan uit dat dit middel geen betrekking heeft op het oordeel van het Hof betreffende het Besluit van 14 december 1992, aangezien het Hof in r.o. 6.2.2 en 6.2.3 de verklaring van Van Norden niet als doorslaggevend bewijs heeft gebezigd. Ik deel de mening van het Hof dat van een ongelijke behandeling in dit Besluit geen sprake is, nu voor sigaretten geproduceerd in het buitenland dezelfde voorwaarden gelden als voor sigaretten geproduceerd binnen Nederland.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 36010 tot 36976.