Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG9014.

4.2 Dat Van Norden zich eerder met de betreffende regelgeving heeft bezig gehouden, lijkt mij geen reden voor het Hof om de verklaring van Van Norden niet als bewijs te gebruiken. Immers, juist omdat hij zich met de regelgeving heeft bezig gehouden, is hij in staat de rechter over de achtergrond van de regelgeving te informeren. De gedachte kan opkomen dat hij wellicht zijn geheimhoudingsplicht van artikel 125a, lid 3, van de Ambtenarenwet schendt, maar dat lijkt mij te ver gaan. Artikel 125, lid 3, van de Ambtenarenwet bepaalt dat de (gewezen) ambtenaar verplicht is tot geheimhouding van hetgeen hem in verband met zijn functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt(11). Het is moeilijk voor te stellen hoe uit de aard van de overgangsregelingen een verplichting tot geheimhouding voor de ambtenaren van het Ministerie van Financiën zou kunnen volgen. Een transparante overheid zal een rechtvaardigingsgrond voor gepubliceerd beleid juist niet (gauw) als geheim kwalificeren. In Aanwijzing 16 en de toelichting daarop van de Aanwijzingen externe contacten rijksambtenaren(12) is aangegeven:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 36996 tot 38148.