Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG9014.

Op basis van de Wob zou de door Van Norden gegeven informatie (indien schriftelijk vastgelegd) mijns inziens bekend moeten worden gemaakt. Dat hij deze informatie mondeling uit (en wel in de rechtszaal), lijkt mij geen schending van de geheimhoudingsplicht op te leveren. Bovendien, partijen hebben niet gewezen op het eventueel geheime karakter van de verstrekte informatie en het lijkt mij te ver gaan als het Hof ambtshalve zou moeten toetsen of er sprake is van schending van de geheimhoudingsplicht, en indien dit het geval zou zijn, de verklaring om die reden terzijde zou moeten schuiven. Uit het arrest HR 23 juni 1999, nr. 32639, BNB 1999/328c, blijkt dat een hof zijn beslissing mede mag baseren op verklaringen van als getuigen gehoorde ambtenaren van de Belastingdienst. Over mogelijke schending van de geheimhoudingsplicht wordt hier niet gerept.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd239e7725e0113e7658213a310b8baaf1c85d821ce8003354f1e60f37a60ffe, en de alinea staat in dat document op bytes 40637 tot 41510.