Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2009

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 maart 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG9494.

Het hof heeft aldus tot uitdrukking gebracht dat de omstandigheden van deze zaak uitzonderlijk zijn omdat klager niet alleen verdacht wordt van een feit dat in samenwerking met anderen zou zijn begaan, maar ook een feit dat het vertrouwen in het notariaat ondermijnt, welk vertrouwen nu juist door het toekennen van een verschoningsrecht moet worden beschermd. Het is dus niet zo dat het hof - zoals de steller van het middel het voorstelt - enkel het feit dat klager notaris is al voldoende acht voor het aannemen van zeer uitzonderlijke omstandigheden. Wat de steller van het middel onder 13 opmerkt over het ontbreken van enigerlei vaststelling door het hof over de mate van verwijtbaarheid ziet er mijns inziens eraan voorbij dat het hof onder 19 van zijn beschikking nu juist heeft overwogen dat een doorbreking van het verschoningsrecht noodzakelijk is om over de rol van klager uitsluitsel krijgen. In die overwegingen van het hof ligt ook besloten dat de openheid van zaken die klager al zou hebben gegeven bij de FIOD onvoldoende is om helderheid over die rol te verschaffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd759d02c9f28d64f91f3e7c2a4bdbc1a381a2a1970ecb6b7499722c51d472bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd759d02c9f28d64f91f3e7c2a4bdbc1a381a2a1970ecb6b7499722c51d472bc, en de alinea staat in dat document op bytes 24150 tot 25247.