Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2009

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH1439.

16. De vraag is of dat anders wordt nu verdachte, zoals het Hof heeft vastgesteld, bijstand van een raadsvrouw genoot. Ik meen dat het oordeel van het Hof op dit punt, bezien in het licht van hetgeen hiervoor is opgemerkt, zonder nadere motivering niet begrijpelijk is. Ik wijs er daarbij op dat het Hof zich baseerde op de mededeling van de verdachte dat zij, juist omdat zij meende dat het allemaal in orde was, geen aanleiding had gezien om "onze raadsvrouw" te contacteren. Wat de aard van de rechtsbijstand was die het Hof de verdachte op grond hiervan toedichtte, is onduidelijk. Dat de verdachte in de onderhavige strafzaak door een raadsvrouw werd bijgestaan, lijkt gezien het vastgestelde onder punt 8 sub (4) weinig aannemelijk. Mogelijk doelde de verdachte met "onze raadsvrouw" op een soort huisadvocaat die in geval van nood werd benaderd. In elk geval meen ik dat niet zonder meer begrijpelijk is waarom de verdachte onder de geschetste omstandigheden kan worden tegengeworpen dat zij haar raadsvrouw niet heeft geraadpleegd. Daarvoor zag zij immers, zoals zij aanvoerde, geen aanleiding omdat zij op de mededeling van reclasseringswerker vertrouwde. Nu zij daarop ook mocht vertrouwen, kan haar niet het verwijt worden gemaakt dat zij daarop is afgegaan zonder haar raadsvrouw te raadplegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bd005f08534121107ac2b3ab60447edccb6fdd3c303ea9fbcb0b507fd22c2b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bd005f08534121107ac2b3ab60447edccb6fdd3c303ea9fbcb0b507fd22c2b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17943 tot 19262.