Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2009
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH2413.
11. Ik meen dat die vraag in casu ontkennend dient te worden beantwoord. Dit omdat het genoemde bewijsmiddel 9.15 in het geheel van de bewijsconstructie slechts een ondergeschikte rol vervult. Het bewijs van feit 1 berust in hoofdzaak op de verklaringen van [betrokkene 1]. Die verklaringen zijn niet het gevolg (laat staan "uitsluitend" het gevolg, zoals de Hoge Raad eist) van de onrechtmatige opnames zodat in die onrechtmatigheid moeilijk een reden gevonden kan worden voor bewijsuitsluiting. Het overblijvende, niet besmette bewijsmateriaal is daarmee ruim voldoende om de bewezenverklaring te dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2b3a2ef29ca87bf3e3803037392f77c7a9e00c40f73925b08d61c1cc8e499ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2b3a2ef29ca87bf3e3803037392f77c7a9e00c40f73925b08d61c1cc8e499ee, en de alinea staat in dat document op bytes 14242 tot 14861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2b3a2ef29ca87bf3e3803037392f77c7a9e00c40f73925b08d61c1cc8e499ee | shasum -a 256