Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2009
Alinea 9 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH2413.
3. De aanvrage steunt op de stelling dat gelet op de uitspraak van het EHRM in de zaak van verzoeker tegen Nederland (EHRM 25 oktober 2007, no. 38258/03), waarin een schending van art. 8 EVRM werd geconstateerd, herziening noodzakelijk is met het oog op rechtsherstel (art. 457 lid 1 sub 3e Sv). De aanvrage heeft betrekking op beide feiten waarvoor aanvrager is veroordeeld. Gesteld wordt dat het bewijs van beide feiten in belangrijke mate berust op verklaringen van [betrokkene 1] die geheel of gedeeltelijk het product zijn van, althans voortvloeien uit, dan wel verband houden met de door het EHRM geconstateerde schending van art. 8 EVRM. De geconstateerde schending zou van dien aard zijn dat uit het oogpunt van rechtsherstel de verklaringen van [betrokkene 1] van het bewijs dienen te worden uitgesloten, hetgeen primair tot vrijspraak dient te leiden en subsidiair tot algehele kwijtschelding van straf (art. 9a Sr).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2b3a2ef29ca87bf3e3803037392f77c7a9e00c40f73925b08d61c1cc8e499ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2b3a2ef29ca87bf3e3803037392f77c7a9e00c40f73925b08d61c1cc8e499ee, en de alinea staat in dat document op bytes 6649 tot 7588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2b3a2ef29ca87bf3e3803037392f77c7a9e00c40f73925b08d61c1cc8e499ee | shasum -a 256