Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH3188.
Het arrest van 13 oktober 1999 doet de vraag rijzen of het uitbrengen van een herstelexploot de enige manier is om van een niet-ontvankelijkverklaring verstoken te blijven. In zijn conclusie vóór HR 24 maart 1999, nr. 1265(7) had A-G Ilsink geconcludeerd dat het verzuim de afgelegde cassatieverklaring in de dagvaarding te vermelden en te betekenen niet tot niet-ontvankelijkheid leidde, aangezien de verweerder in cassatie door middel van een aan zijn procureur gerichte brief van de griffie van de rechtbank binnen de cassatietermijn ervan op de hoogte was dat cassatieberoep was ingesteld. De Hoge Raad zag geen ontvankelijkheidsprobleem en verwierp het beroep op de voet van art. 101a RO (oud). Naar het voorkomt is deze weg naar ontvankelijkheid niet afgesloten door het arrest van 13 oktober 1999 en kan een herstelexploot achterwege blijven indien kan worden vastgesteld dat de verweerder in cassatie langs een andere weg op de hoogte is geraakt van het bestaan en de inhoud van de cassatieverklaring.(8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7, en de alinea staat in dat document op bytes 13575 tot 14603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7 | shasum -a 256