Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH3188.
1.11 Met betrekking tot de positie van de pachter in de gerechtelijke onteigeningsprocedure kan in het algemeen het volgende worden opgemerkt.(13) De inschrijving van het onteigeningsvonnis brengt bevrijding van het pachtrecht met zich (art. 59 lid 3 Ow).(14) De pachter komt een schadeloosstelling toe (art. 42a, 54j lid 1 Ow); hij geldt (derhalve) als derde belanghebbende (art. 3 lid 2 Ow). Indien de pachter als zodanig aan de onteigenende partij bekend is of behoort te zijn, dient hem de onteigeningsdagvaarding te worden betekend of bij aangetekende brief een afschrift van de dagvaarding te worden gezonden (art. 54h jo 18 lid 5 Ow). De dagvaarding moet het aanbod tot schadeloosstelling bevatten, waarbij wordt aangegeven welk deel van de aangeboden som voor de derde belanghebbende bestemd is (art. 54h jo 22 Ow). In het exploot van betekening of de brief dient tevens te worden vermeld op welke wijze de derde belanghebbende desgewenst in het geding van onteigening kan tussenkomen (art. 54h jo 18 lid 8 Ow). Met dit laatste wordt gedoeld op zijn bevoegdheid om aan de rechter te verzoeken in het geding van onteigening te mogen tussenkomen zolang de eindconclusies door partijen niet zijn genomen (art. 3 lid 2 Ow). Indien tussenkomst wordt toegestaan, geldt de derde belanghebbende als procespartij en kan hem de schadeloosstelling zelf in die hoedanigheid worden toegewezen.(15) Bij tegenspraak van de hoedanigheid van belanghebbende wordt de tussenkomst geweigerd en de onteigening met de overigen voortgezet (art. 3 lid 3 Ow). De derde belanghebbende is dan formeel geen procespartij.(16) Het feit dat de derde belanghebbende, ongeacht om welke reden, geen procespartij is geworden, staat er echter niet aan in de weg dat zijn belangen worden beschermd. Ook indien hij niet om tussenkomst heeft verzocht, wordt in het vonnis waarbij de vervroegde onteigening wordt uitgesproken te zijnen behoeve een voorschot op de schadeloosstelling bepaald (art. 54i Ow). Zelfs indien hem tussenkomst is geweigerd, kan hij aanwezig zijn bij de descente (art. 54j jo 28 lid 4), een bezwaarschrift indienen tegen het deskundigenrapport (art. 54t jo 36), en ter zitting een conclusie nemen en zijn stellingen nader bij pleidooi ontwikkelen (art. 54t jo 37 lid 1 Ow). Ten slotte voorziet art. 54k Ow in bepalingen voor de situatie dat bij de opneming door de deskundigen - die is gepubliceerd(17) - blijkt van het bestaan van derde belanghebbenden die niet in de dagvaarding waren vermeld. Indien hun hoedanigheid niet wordt betwist, dient hen alsnog een aanbod tot schadevergoeding te worden gedaan, waarna de rechtbank uitspraak doet over het toe te kennen voorschot.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7, en de alinea staat in dat document op bytes 16148 tot 18828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7 | shasum -a 256