Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH3188.

1.12 Dat een eiser tot cassatie formeel geen partij is geweest bij het onteigeningsgeding in eerste aanleg hoeft blijkens de jurisprudentie niet onder alle omstandigheden aan ontvankelijkheid in de weg te staan. In het geval dat leidde tot het arrest HR 28 augustus 1934, NJ 1934, 1689 m.nt. E.M.M. had de rechtbank eiser tot cassatie - die pretendeerde eigenaar te zijn - op grond van tegenspraak van diens hoedanigheid de verzochte tussenkomst geweigerd en vervolgens bij eindvonnis(18) de onteigening uitgesproken met vaststelling van een schadeloosstelling en bepaling dat dat bedrag zou worden geconsigneerd (art. 3 lid 3 Ow). Het verweer dat eiser niet ontvankelijk was op grond dat hij geen partij was bij het bestreden vonnis, werd door de Hoge Raad verworpen op grond dat

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7, en de alinea staat in dat document op bytes 18867 tot 19660.