Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH3188.
A-G Loeff(19) leidt hieruit af dat op grond van de bijzondere aard der onteigeningsprocedure derde belanghebbenden beroep in cassatie kunnen instellen inzien zij zich met toepassing van art. 35 e.v. Ow in de procedure hebben gemengd. A-G Moltmaker(20) vat voormeld arrest aldus samen, dat naar het oordeel van de Hoge Raad uit het systeem van de wet volgt dat iedere derde belanghebbende die gebruik gemaakt heeft van zijn bevoegdheid tot bijvoorbeeld het indienen van bezwaren tegen het deskundigenadvies of tot het pleiten ter terechtzitting (zie art. 35 e.v. Ow) deelgenomen heeft aan het voor de rechtbank gevoerde geding, en dat daarom ook voor hem beroep in cassatie tegen het vonnis openstaat. In de literatuur wordt uit het arrest afgeleid dat voor een derde belanghebbende cassatie openstaat, "mits hij zich maar op enigerlei wijze heeft gemanifesteerd in het onteigeningsgeding".(21) Ook wordt de derde belanghebbende die voormelde bevoegdheden uitoefent op die grond wel bestempeld tot partij in het onteigeningsgeding in eerste aanleg.(22)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7, en de alinea staat in dat document op bytes 21857 tot 22922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7 | shasum -a 256