Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH3188.
Dit laatste vindt naar mijn mening steun in het arrest HR 9 februari 2000, NJ 2000, 418 m.nt. PCEvW (Strijpse Kampen/gem. Eindhoven en Oirschot). Anders dan in de hiervoor bedoelde gevallen ging het om cassatieberoep van een vonnis waarbij de vervroegde onteigening was uitgesproken (art. 54i Ow). Tevens was in dat vonnis het verzoek tot tussenkomst van twee van de eisers tot cassatie afgewezen. Tegen deze afwijzing was het cassatieberoep niet gericht. In zijn conclusie voor het arrest merkt A-G Ilsink op dat eisers niet hebben deelgenomen en - gelet op de afwijzing van hun verzoek om tussenkomst - ook niet hebben kunnen deelnemen aan het voor de rechtbank gevoerde geding, zodat niet kan worden gezegd dat zij partij waren bij het geding tot vervroegde onteigening. De Hoge Raad overweegt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7, en de alinea staat in dat document op bytes 24397 tot 25208.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7 | shasum -a 256