Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH3188.

1.14 Volledigheidshalve merk ik nog op in de cassatiedagvaarding geen verzoek tot tussenkomst in de zin van art. 3 lid 2 Ow. te lezen. De dagvaarding kan niet worden aangemerkt als een incidentele conclusie ter rolle, te meer gezien het feit dat in de dagvaarding niet wordt gerept van enige wens van eiseres sub 4 om tussen te mogen komen (art. 415 Rv).(26) Daarenboven is voor een 'gewone' incidentele vordering tot tussenkomst o.g.v. art. 415 Rv in cassatie geen plaats (HR 16 juni 2000, NJ 2000, 516). Niet valt in te zien waarom dit in een onteigeningsprocedure anders zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ca8da4ea9a4d5a0a514de777aedd4ab1d98508090b79ac75bee27ecf5f0dac7, en de alinea staat in dat document op bytes 26985 tot 27582.