Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2009

Alinea 118 Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH6537.

17 De onderhavige situatie moet m.i. worden onderscheiden van de vraag of de Ondernemingskamer de procedure op verzoek van verzoeker kan beëindigen na de enquête-beschikking. P.F.G.A.Geerts, Enkele formele aspecten van het enquêterecht, diss. 2004, p. 112 - 113 leidt uit het feit dat de enquête-beschikking een eindbeschikking is af dat verzoekers na de enquête-beschikking de procedure niet kunnen beëindigen. Hij grondt zijn opvatting op art. 283 Rv waarin is bepaald dat het verminderen van het verzoek (als hoedanig het intrekken kan worden opgevat) kan geschieden zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven. Volgens A.F.J.A. Leijten, De derde in het enquêterecht, VCL-bundel 2001-2002, p. 68-69 eindigt de eerste fase met neerlegging van het onderzoeksverslag en kan de procedure tot dat moment worden beëindigd. Met de term 'eindbeschikking' heeft de wetgever volgens hem willen verduidelijken wat onder het oude procesrecht 'tijdens de loop der behandeling,' resp. 'tot de afloop van het geding' heette.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ea11e00b2a9d7b9b7a01f671f017532ca0a07664041f7d4c9a2a8720685beb1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ea11e00b2a9d7b9b7a01f671f017532ca0a07664041f7d4c9a2a8720685beb1, en de alinea staat in dat document op bytes 52906 tot 53952.