Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2009

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 juni 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BH8313.

De verwijzing naar het motief van verdachte in de bewijs overweging van het hof plaatst ook mij voor een raadsel. De verdachte heeft aangegeven gefrustreerd te zijn geweest omdat de ander verdachtes vriendin heeft afgepakt. Als het hof met de verwijzing naar het motief daarop heeft gedoeld, moet worden opgemerkt dat het niet vanzelfsprekend is dat verdachte daarom opzet op levensberoving zou moeten hebben gehad. Even begrijpelijk zou het zijn geweest als het hof gelet op dit motief had aangenomen dat verdachte de ander even bang wilde maken. Maar het hof heeft ook gewezen op de plaats waar verdachte heeft gestoken en het middel waarmee dat is geschied. Dat steken in de hals ernstige risico's in zich bergt lijkt mij een feit van algemene bekendheid te zijn. Door de hals lopen slagaders naar het hoofd. Deze slagaders bevinden zich aan de buitenkant van de hals. De halsslagader bevindt zich zo dicht onder de huid dat zij in de hals makkelijk kan worden dicht gedrukt. Het toebrengen van een steekverwonding in de hals kan uitlopen op het veroorzaken van dodelijk letsel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32caab3ab7315b7bb8e1351dc10f1a9e0e9da7ccdb4b503fe8c1788194918ac0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32caab3ab7315b7bb8e1351dc10f1a9e0e9da7ccdb4b503fe8c1788194918ac0, en de alinea staat in dat document op bytes 11047 tot 12142.