Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 122 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

6.16 Erger misschien nog was dat Haarlemmermeer niet thuis hoorde in het rijtje plaatsen in wat nu de eerste volzin was geworden. Die volzin voorzag zoals wij zagen in afgeleide competentie door middel van een verwijzing sui generis. Dat bracht mee dat daarin alleen hoofdplaatsen van arrondissementen (lees: rechtbanken) als nevenzittingsplaats konden worden genoemd. Haarlemmermeer viel echter onder de Rechtbank Haarlem (dat al in art. 33a lid 2 Vreemdelingenwet werd genoemd). De reden om Haarlemmermeer in het rijtje op te nemen was - als ik de MvT goed begrijp - dat men in het Aanmeldcentrum Schiphol ook verzoeken om voorlopige voorzieningen wilde gaan behandelen. Dat kon niet op basis van het bestaande art. 3a Besluit nevenzittingsplaatsen (waarin Haarlemmermeer was aangewezen als nevenzittingsplaats), omdat dat artikel zich beperkte tot beroepen ex art. 34a Vreemdelingenwet. Dat probleem had echter door een wijziging van bedoeld art. 3a verholpen kunnen worden. De aangewezen weg was dus een wijziging van het Besluit nevenzittingsplaatsen geweest, waarbij de genoemde beperking ten aanzien van Haarlemmermeer werd opgeheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 43368 tot 44522.