Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
6.23 Hoe deze bevoegdheid van de Minister zich verhield tot de mogelijkheid die de artt. 1a en 3b Besluit nevenzittingsplaatsen boden om risicovolle zittingen naar Amsterdam of Rotterdam te verplaatsen, behoeft hier niet in extenso besproken te worden. Maar duidelijk moge zijn dat de bijzondere locaties die de Minister kon aanwijzen door de wetgever niet werden gezien als nevenzittingsplaatsen van het gerecht. Dat zal te maken hebben met het incidentele karakter van deze locaties. Niet bepaald werd dat de griffie van het gerecht (zoals bij nevenzittingsplaatsen wel het geval was(35)) mede op deze locaties was gevestigd. Het zal ook te maken hebben met het verschil in bevoegdheid. De bevoegdheid om te bepalen dat de zitting op een nevenzittingsplaats werd gehouden, was telkens toebedeeld aan de president van het gerecht. Met de bevoegdheid van de Minister om een locatie aan te wijzen, werd gestalte gegeven aan de eigen verantwoordelijkheid die de Minister claimde "voor het bewaken van de veiligheid in de gebouwen waar recht wordt gesproken".(36) Ook dat gaf aan die bevoegdheid een uitzonderlijk karakter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 50964 tot 52097.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256