Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 181 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

8.3 Van belang voor de verdere ontwikkeling is mogelijk ook geweest dat de toepassing die de Raad voor de rechtspraak aan zijn nieuwe bevoegdheid had gegeven op kritiek stuitte vanuit de Eerste Kamer. Het ging daarbij in het bijzonder om de hiervoor onder punt 7.19 genoemde aanwijzingsbesluiten die feitelijk tot gevolg hadden dat het Hof Arnhem de appellen tegen de vonnissen van de Rechtbank Utrecht behandelde en het Hof Leeuwarden de appellen tegen de vonnissen van de Rechtbank Zwolle-Lelystad. De voorzitter van de Vaste commissie voor justitie, het lid Van de Beeten, had daarover kamervragen gesteld. Gevraagd werd onder meer of de desbetreffende besluiten op grond van een wettelijke bepaling waren genomen en, als dat het geval was, hoe die bepaling zich dan verhield tot de Wet op de rechterlijke indeling. Gevraagd werd ook hoe de Minister de gang van zaken beoordeelde in het licht van de trias politica. De vragen waren van 7 februari 2006, de Minister antwoordde schriftelijk op 6 maart 2006.(54)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 82469 tot 83495.