Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 227 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

9.4 In dat licht verbleken de argumenten die de regering in 2004 bij de invoering van de artt. 7 en 8 Besluit aandroeg om de toelaatbaarheid van de gekozen constructie (delegatie aan de Raad voor de rechtspraak) te onderbouwen (hiervoor, punt 7.18). Uit de veelheid van wetsbepalingen waarop een beroep werd gedaan, kan hooguit worden afgeleid dat de aanwijzing van nevenzittingsplaatsen een bevoegdheid is die bij de taak van de Raad voor de rechtspraak zou passen. Dat echter laat onverlet dat de wet die bevoegdheid nu eenmaal niet aan de Raad voor de rechtspraak heeft toegekend. Ik merk daarbij op dat de regering (gezien het ingediende wetsvoorstel) aanvankelijk kennelijk van mening was dat de bevoegdheid om nevenzittingsplaatsen aan te wijzen paste bij de taak van de gerechtsbesturen. Ook zogezien ligt het niet voor de hand die bevoegdheid in te lezen in de bepalingen die aan de Raad voor de rechtspraak zijn gewijd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 104545 tot 105486.