Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 229 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
9.6 Dit argument brengt mijns inziens de verbindendheid van de artt. 7 en 8 Besluit niet dichterbij. Want als het werkelijk zo zou zijn dat de Tweede Kamer - en daarmee de wetgever - aan het oneigenlijke gebruik van de aanwijzingsbevoegdheid niet heeft gedacht, moet de conclusie zijn dat de artt. 7 en 8 Besluit (ook) om die reden onverbindend zijn. Het oneigenlijke gebruik waartoe die artikelen de Raad voor de rechtspraak machtigen, heeft dan geen grondslag in de artt. 41 en 59 RO.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 106197 tot 106696.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256