Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 233 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
9.10 Een andere vraag is of de bevoegdheid om zittingsplaatsen buiten het rechtsgebied van rechtbank of gerechtshof aan te wijzen, gebruikt mag worden om de regelen van de relatieve competentie te omzeilen. Zoals al even ter sprake kwam, is aan dergelijk "oneigenlijk" gebruik van de aanwijzingsbevoegdheid tijdens de parlementaire behandeling niet of nauwelijks gedacht. Dat de wetgever het bestaande recht heeft willen continueren - en dat de bevoegdheid om buitenplaatsen aan te wijzen in zoverre geacht moet worden impliciet in de artt. 41 en 59 RO besloten te liggen - wil bepaald niet zeggen dat de wetgever verder heeft willen gaan dan de continuering van het bestaande recht. De wordingsgeschiedenis pleit zogezien voor een beperkte uitleg van de impliciet gebleven bevoegdheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 110040 tot 110839.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256