Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 242 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

9.19 De vraag waarom het gaat, is dus of art. 2 lid1 Aanwijzingsbesluit rechtsgeldig is, met andere woorden of de daarin gedane aanwijzing haar rechtvaardiging vindt in een gebrek aan voldoende zittingscapaciteit bij, voor zover hier van belang, het Gerechtshof 's-Gravenhage en is gedaan om een snellere behandeling van zaken mogelijk te maken. Ik zou die vraag nog wel bevestigend willen beantwoorden, waarbij ik aanteken dat de Raad voor de rechtspraak hier een zekere beoordelingsvrijheid dient te worden gelaten. Zoals uit de gegeven toelichting blijkt (zie hiervoor, punt 5.4), is de aanwijzing gegeven om "terugkerende piekbelasting" door megazaken bij gerechtshoven op te vangen en om te voorkomen dat de afhandeling daardoor stagneert. Mijns inziens heeft de Raad voor de rechtspraak kunnen oordelen dat dergelijke terugkerende piekbelasting zich bij het Gerechtshof 's-Gravenhage voordoet of althans kan voordoen, alsmede dat het daarom nodig was (hoewel dat wel erg veel van het goede lijkt) om alle hoofdplaatsen van de andere gerechtshoven als nevenzittingsplaats aan te wijzen "voor de behandeling van megastrafzaken".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 119106 tot 120251.