Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 257 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
9.31 De vraag is wat daarvan de consequentie moet zijn voor de onderhavige strafzaak. Het gaat daarbij om twee samenhangende vragen. Eén van die vragen is hoe de onverbindendheid van de genoemde bepalingen doorwerkt in het systeem van de Nederlandse strafvordering. Raakt die onverbindendheid de bevoegdheid van de rechter (tweede formele vraag) of heeft zij (om een andere mogelijkheid te noemen) betrekking op de geldigheid van het onderzoek ter terechtzitting? De keuze voor deze of gene oplossing kan niet los worden gezien van de andere vraag die hier speelt, namelijk de vraag welke belangen in het geding zijn. Laten die belangen een genuanceerde benadering toe als het gaat om de vraag naar de consequenties of dwingen zij juist tot rigoureuze sancties? Daarover gaat het volgende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 129751 tot 130554.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256