Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 264 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
10.6 Tegelijk maakt het gegeven dat het om de procesrechtelijke positie van de justitiabele gaat, dat de sanctionering van de ongeoorloofde delegatie haar beslag moet krijgen in het proces waarin de justitiabele betrokken is. Dat maakt weer dat een beroep op het gebrek in de regelgeving gebonden is aan de kaders van het proces en dus door de regels en de grondbeginselen daarvan kan worden beperkt. Zo zal - het spreekt haast vanzelf - een dergelijk beroep niet meer kunnen worden gedaan als de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Maar dat is niet het enige. Zo bepaalt art. 110 lid 1 Rv (de artt. 7 en 8 Besluit vinden als gezegd ook toepassing ten aanzien van civiele zaken) dat een beroep op de relatieve onbevoegdheid van de rechter "op straffe van verval van het recht daartoe" wordt gevoerd vóór alle verweren ten gronde. Voor de verzoekschriftprocedure geldt art. 270 lid 1 Rv: verwijzing naar de relatief bevoegde rechter vindt niet plaats "indien de verzoeker en de opgeroepen belanghebbenden hebben aangegeven dat zij geen verwijzing wensen".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 134684 tot 135761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256