Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 281 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

10.19 Door het LCM wordt een belangenafweging toegepast, waarbij het plaatsgebonden karakter van de strafzaak één van de factoren is. Doordat het LCM de belangen in concreto afweegt (en niet in abstracto zoals het wetboek doet) kan de omzeiling van de regeling van de relatieve competentie paradoxaal genoeg maken dat de door die regeling beschermde belangen beter worden gediend. Zo is denkbaar dat de bevoegdheid van de rechtbank enkel hierop berust dat de verdachte bij de aanvang van de vervolging in het desbetreffende arrondissement was gedetineerd. Als dan de zaak vanwege de lokale gebondenheid ervan wordt verplaatst naar het arrondissement waarin het feit gepleegd is, wordt daarmee volledig recht gedaan aan de gedachte achter de regeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 147833 tot 148598.