Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 297 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
10.25 Uit het voorgaande blijkt dat met wetsbepalingen als art 110 lid 1 Rv en art. 46 Wet op de Raad van State gewichtige belangen zijn gediend. Die belangen worden geschonden als de rechter zich achteraf - na de inhoudelijke behandeling van de zaak of na het instellen van beroep tegen de uitspraak - onbevoegd zou verklaren. Dat betekent dat de relativering van de regels van de relatieve competentie in het burgerlijk procesrecht en in het bestuursprocesrecht berust op een afweging van belangen. De belangen die met handhaving van de regels van de relatieve competentie worden gediend, moeten worden afgewogen tegen de belangen die daardoor worden geschonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 159258 tot 159935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256