Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Alinea 309 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.

11.1 De stellers van het middel menen dat de consequentie van het gebrek in de regelgeving is, dat het Hof zich onbevoegd had moeten verklaren. Die opvatting gaat er vanuit dat het Hof door de geconstrueerde schijn had moeten heenprikken en had moeten constateren dat het "in werkelijkheid" niet het Hof 's-Gravenhage was dat zitting hield, maar het Hof Arnhem (en dus een hof dat niet bevoegd was). Die benadering heeft iets ongemakkelijks. Het betekent dat in de bestreden uitspraak in strijd met de werkelijkheid staat vermeld dat die uitspraak is gewezen door het Hof 's-Gravenhage, zittinghoudend in Arnhem. Het betekent ook dat in de appeldagvaardingen en de oproepingen voor de vervolgzittingen telkens in strijd met de werkelijkheid is vermeld dat verdachte diende te verschijnen voor het Hof 's-Gravenhage. Dat wekt associaties met valsheid in geschrifte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 168217 tot 169094.