Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Alinea 320 Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juli 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3413.
11.12 De derde en vierde oplossing vertonen grote overeenkomsten. Voor beide oplossingen geldt dat van de rechter een belangenafweging wordt verwacht. Bij die afweging kan - in gevallen waarin daarvan sprake is - rekening worden gehouden met het feit dat door de onjuiste locatiekeuze de regeling van de relatieve competentie is omzeild. Als de verdediging tegen die omzeiling bezwaar maakt, zal de rechter, gelet op verdachtes recht op een behandeling door "a tribunal established by law", dat bezwaar moeten honoreren door de dagvaarding nietig te verklaren dan wel het onderzoek te schorsen. Via beide oplossingen wordt bereikt dat de verdachte een effective remedy wordt geboden tegen de dreigende schending van zijn verdragsrecht. Daarvoor is dus niet nodig dat de rechter door de geconstrueerde schijn heenprikt om zichzelf vervolgens onbevoegd te verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d, en de alinea staat in dat document op bytes 178116 tot 178993.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcecd2a6ee989a360c77477dd4bbd94e95dbb219f23e50dbf3a1a1e36dd0cd4d | shasum -a 256